Into the USA

Het échte Amerika

Tot nu toe was ik nog niet buiten de Bay area (San Francisco en omstreken) geweest. Iedereen vertelde me dat het “echte” Amerika heel anders was – grootser, maar ook minder ontwikkeld. Samen met een vriendin maakte ik een roadtrip 2 weken langs alle hotspots van het zuidwesten – Californië, Utah, Arizona en Nevada. Het is de mooiste reis die ik tot nu toe heb gemaakt geworden. Amerika is echt niet te vergelijken met Europa, en al helemaal niet met Nederland. We hebben door bizarre lege landschappen gereden – zo ver we konden kijken, en dat was ver, zagen we niks. We kwamen ook nauwelijks auto’s tegen. Zo voelt het dus om echt in de middle of nowhere te zijn. Ik kan nu niet meer zeggen dat Kloosterzande dat is 😉

We hadden veel nationale parken op ons lijstje staan en waren bang dat het er misschien teveel waren omdat ze op elkaar zouden lijken. Maar niets was minder waar. Ieder park was even uitgestrekt en indrukwekkend, en ook anders. Ze waren er ook altijd opeens – waar je eerst nog door die middle of nowhere reed, waande je je even later in in de woestijn (Joshua Tree park) of op de maan (Death Valley). Ieder park verbaasde ons weer en we vroegen ons steeds af hoe de rotsen/bergen/canyons hebben kunnen ontstaan. In the end komt het er op neer dat de natuur zoveel meer kan dan wij mensen. Daar kan geen enkele stad tegenop – hoe leuk het ook was om een keer in Las Vegas te zijn geweest.

Death Valley
Joshua Tree

De Grand Canyon was mijn favoriet. We waren daar twee dagen en hadden daarom de tijd om lange hikes te maken. Op onze eerste dag stormde het en voelde het echt alsof we tegen de natuurkrachten moesten werken om onze weg de canyon in te vinden. Daardoor voelde ik me zo nietig. De tweede dag hadden we zon – lang leve het weer in Californië – en wandelden we 10 km de canyon in. Dat was niet te beschrijven, en ook de foto’s doen niet recht aan hoe mooi het was. We hadden ook alle andere toeristen achter ons gelaten en waren daar bijna alleen. De typische Amerikaanse toerist bekijkt parken sowieso vanuit de auto, op een wandelingtje om een mooie foto te maken na misschien. Diezelfde 10 km moesten we ook weer omhoog helaas, en het was niet zo’n beetje steil ook. Ik had bizarre spierpijn twee dagen erna, want ik ben niet echt  gewend bergen te beklimmen – ik geef de schuld aan het platte Nederland 😉 Maar het was het driedubbel dwars waard en ik zou het liefste morgen weer gaan.

De Grand Canyon – dag 1
De Grand Canyon – daar liepen we dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Grand Canyon dag 2 – de Colorado rivier lijkt dichtbij, maar was nog heeel ver weg

De reis heeft me laten zien hoe ongelooflijk groot Amerika is. En ook al hebben we bizar veel kilometers gemaakt – het was nog maar een mini stukje. We hebben nog 37 staten te gaan 😉 Maar gelukkig dat er nog van deze ongerepte natuur is – die ga ik wel echt missen als ik straks terug ben in Nederland. Dat lijkt nu zo klein en volgebouwd, zo zonde. Natuurlijk brengt dat andere voordelen met zich mee – alles op de fiets bereikbaar, een goed gestructureerd land. Maar er gaat echt niets boven op jezelf zijn in de natuur. En dat kan je hier nog, gemakkelijk zelfs zelfs, op een uur rijden van Berkeley heb je stranden waar niemand komt. Dus daar ga ik nog maar van genieten, want de tijd begint nu wel te vliegen…

Into the USA

Weer bericht

Als Nederlander hoor ik natuurlijk wel een stukje over het weer te schrijven. Je zou denken, California, dus 24/7 zon, maar hier in de Bay area vertoont het weer af en toe kuren. Toen ik hier in augustus aankwam, was het iedere ochtend tot ongeveer 11 uur bewolkt, maar daarna klaarde het op en scheen de zon. Je kon er bijna je klok op gelijk zetten. Die bewolking komt door de mist die vaak in San Francisco hangt: de warme lucht uit het binnenland wordt afgekoeld boven de oceaan en blijft vervolgens hangen, omdat het hier nooit waait. Gelukkig maar. Als het hier zo zou waaien als in de Zeeuws-Vlaamse polders zou ik niet fietsen denk ik. Heuvels en tegenwind, er is een grens hoor 😉

Die mist is wel echt heel plaatselijk: ik was een keer wandelen met mijn huisgenoot in het Golden Gate park en we liepen letterlijk de mist in. Hoe dichter we bij de oceaan kwamen, hoe dikker de mist werd. En kouder.. Maar iedereen beloofde me dat september en oktober de zonnigste maanden van het jaar waren en daar hebben ze gelijk in gehad. Op letterlijk 1 dag na zijn er een paar druppels gevallen.

Toch mocht ik afgelopen weekend de mist weer ervaren. Ik was een weekendje weg aan de kust, georganiseerd door Fulbright (de organisatie waarvan ik mijn beurs ontvang). Op vrijdag scheen de zon volop en was het heerlijk op het strand.

Maar toen we zaterdagochtend wakker werden, was ie daar: de mist. We gingen toch maar hiken, maar ons uitzicht was zwaar beperkt.

Je voelde zelfs de waterdruppeltjes: alsof je letterlijk in een wolk liep, bizar. We bleven de hele dag naar de lucht staren in de hoop dat het zou opklaren, maar helaas. Terwijl de lucht in San Francisco, op nog geen 20 km, strakblauw was. Een meisje dat pas op zaterdagochtend kon aansluiten, vertelde dat halverwege de Golden Gate bridge het opeens mistig werd. Dat is zo typisch dat Whatsapp hem zelfs in zijn symbool in de mist heeft gehuld.

Onze wandeling ging naar een vuurtoren, waar ze een misthoorn hebben. Vanaf daar zouden we ook de Golden Gate bridge aan de overkant moeten zien, maar helaas bleef dat beperkt tot een pilaar.

Ik heb wel zeehonden kunnen spotten in de zee. En ook nog dolfijnen (mijn kinder droom kwam uit!), stinkdieren (die kwamen ons lastig vallen tijdens het kampvuur), en een hert (dat verschrikt voor ons weg rende).

Iedereen vertelde me ook dat in november het regenseizoen begint. En ja hoor, er was regen voorspeld op 1 november, maar die bleef toch uit tot gisteren, 2 november. Bijna goed 😉 Ik kon het alleen niet echt regen noemen. Even regende het wat harder (ik zat natuurlijk net op de fiets), maar dat was binnen 5 minuten over; daarna vielen er alleen af en toe wat druppels. Dus ik denk dat ik ‘regenseizoen’ met een korreltje zout moet nemen. Iedereen schijnt hier ook helemaal in paniek te raken als het gaat regenen. Niemand durft dan meer te fietsen. Schijtluizen, ze zouden eens een jaartje naar Nederland moeten komen..

De bladeren beginnen hier nu ook wel te vallen, maar het is nog steeds relatief warm, zo’n 18 graden. Ik schrijf deze blog dan ook vanuit de tuin, in het zonnetje. Dus al met al heb ik het hier zo slecht nog niet 😉

Into the USA

Amerika fietsland

Ik had nooit gedacht dat ooit een land een bedreiging zou kunnen vormen voor Nederlands reputatie als fietsland. En helemaal niet dat dat Amerika zou zijn, maar hier in de Bay area komen ze toch aardig dicht in de buurt.

Ten eerste mag je je fiets GRATIS (ja, NS) in de BART trein/metro meenemen en in IEDERE coupe is er ruimte gereserveerd om je fiets te plaatsen. En je kan hem er zo in rijden, niks tillen zoals in Nederland. Ik nam mijn fiets al een aantal keer mee in de BART naar San Francisco. Op bepaalde wegen zijn hier stroken gereserveerd voor fietsers. Soms mag je zelfs de hele weg gebruiken en zijn auto’s ondergeschikt.

Power to the bicycles!

Je moet wel even uitvinden waar deze wegen zijn, maar Google maps heeft een kaartlaag voor fietsen, dus dat is easy peasy. En dan kun je dus in downtown San Francisco tussen alle wolkenkrabbers fietsen, hoe vet!

Voor de Amerikanen die de auto gewend zijn en moe zijn van het fietsen (of gewoon lui), hebben ze ook wat bedacht. Alle bussen hebben fietsrekken zowel aan de voor- als achterkant.

O ja, mijn bus naar het lab ziet eruit als die typische gele schoolbussen, maar dan in het wit. De gele heb je ook nog rondrijden.

Goed, je moet wel over wat spierkracht beschikken in je armen, zeker als je zo’n old school fiets hebt als mij met ijzeren frame. Maar ach, anders is het meteen een goeie training voor je biceps. En dan kun je met de bus de heuvel op en met je fiets de heuvel af 🙂 Het lab waar ik werk is bovenop een heuvel (als het helder weer is kan ik de Golden gate bridge zien!) en ik heb al veel mensen dit zien doen. Mij is de heuvel iets te steil, zelfs voor naar beneden. Ik zet hem daarom in een, wederom GRATIS, fietsenstalling onder aan de heuvel.

Uitzicht vanaf het dak van het lab- bewijs!

Als echte Nederlander ga ik overal naar toe op mijn fiets. Toen ik dit laatst vertelde aan een Amerikaanse, was ze helemaal verbaasd dat ik op de fiets de weg al wist na twee weken hier. Want al fietsen veel Amerikanen, nog lang niet zoveel als in Nederland helaas. De meesten, net zoals deze vrouw, doen alles met de auto. Het blijft daarom wel opletten geblazen als fietser hier, want je bent toch kwetsbaarder. Daarom draagt iedereen een helm en ik ga er toch ook maar aan, hoewel ik me dan net een Duitser voel en mijn haar daarna een drama is. 

Ik moet wel toegeven dat de conditie van de wegen slechter is: je kan niet zoals in Nederland met je ogen dicht fietsen want overal zitten gaten in de weg. En je moet op iedere kruising stoppen, want ze kennen hier de regel ‘rechts gaat voor’ niet. Nee, iedereen moet stoppen (en doet dit ook echt) en degene die eerst op de kruising was, mag rijden. Om gek van te worden, want dat betekent dat ik als ik heuvelafwaarts ga en net een beetje snelheid heb, ik na 50 m weer op mijn rem moet. Nu kan je als fietser hier wel veel maken, want auto’s zijn blijkbaar altijd de schuldige, dus die kijken wel uit voor ze een verbaal proces aan hun broek hebben hangen. Maar ja, voorzichtig als ik ben, minder ik toch altijd maar snelheid.

Dus ok, misschien moet ik toch maar vaderlandslievend zijn en Nederland het voordeel van de twijfel geven. Maar gewaarschuwd moeten we zeker zijn!

Into the USA

Het wonder dat de Golden Gate bridge heet

Dit weekend mocht ik voor het eerst de Golden Gate bridge aanschouwen. Het was al een paar maanden mijn screensaver, dus werd ook wel tijd om hem in het echt te zien. Het plan was om overheen te fietsen, maar dat plan viel in duigen want mijn huisgenoot kreeg op de weg ernaartoe een platte band. Dat was al de tweede keer dat het mislukte, de eerste keer liep onze planning in de soep. Maar drie keer is scheepsrecht zeggen ze, dus de volgende keer zou het wel moeten lukken. Tenzij dit idee vervloekt is natuurlijk..

In plaats daarvan namen we de boot naar de overkant, want het eerste plaatsje daar, Sausulito, is een super schattig vissersdorpje. Of ja, normaal gezien dan, helaas was het nu overspoeld met toeristen. Dit kwam waarschijnlijk omdat het Labor day weekend was, maar daar hadden wij als naïeve buitenlanders niet over nagedacht. Gelukkig hadden we een heerlijke lunch bij een visrestaurant waar de vis zo uit zee kwam.

Yummm, verse tonijn 🙂

Daarna deden we een tweede poging om de bridge te bereiken. Dat lukte weliswaar, maar onze Über chauffeur zette ons aan de overkant af, terwijl we hem juist te voet wilde oversteken. Plan weer mislukt.. Maar, we waren er nu wel heel dichtbij! En ook dan is ie indrukwekkend. Fascinerend zelfs, terwijl het eigenlijk toch maar gewoon een brug is. Ik denk dat de combinatie met de zon die schittert in het water hem doet. Vanaf de kustlijn van San Francisco kun je wel prachtige foto’s maken. Dus hebben we dat maar gedaan.

Supermooi toch?
Ik ben verliefd
Vanaf Fort Point

En nu heb ik dus een screensaver van mijn eigen foto 🙂 Was het uiteindelijk toch nog een geslaagd tripje!

Into the USA

De eerste 24 uur

Ik ben in Amerika!!! Ik kan het eigenlijk nog steeds niet helemaal geloven, zo bizar om dan eindelijk daar te zijn waar ik zoveel over gelezen en gehoord heb. En natuurlijk heel erg naar uitgekeken heb. Mijn eerste dagen hier waren tot nu toe super! Mijn vlucht verliep soepel: het spannendste moment was eigenlijk toen ik mijn bagage ging inchecken. Mijn koffer was op de kop af 20.0 kg en m’n backpack (die ik als handbagage had) was ook precies de maximale afmetingen. Of eigenlijk net te groot, maar de WoW air medewerkster keurde het zowaar goed. Tot zover dus weer alle slechte recensies die ik over WoW air gelezen heb. Ze hadden er wel gelijk in dat alles heel basic is, geen tv-schermen met films bijvoorbeeld, maar daar is de prijs dan ook naar. En nu kon ik kijken waar ik zin in had: dat was dus een half seizoen Girlboss. Dat speelt zich trouwens in San Francisco af, dus een aanrader als je een indruk wilt krijgen waar ik leef. Je moet alleen wel tegen een portie girl drama kunnen..

Ook de horrorverhalen die ik van iedereen had gehoord over de douane bij aankomst in Amerika waren verre van de waarheid. Of in ieder geval, van mijn ervaring. Ik vond de Amerikaanse ambassade in Amsterdam een grotere verschrikking. Ik werd natuurlijk naar mijn paspoort en visum gevraagd, en wat ik hier kwam doen, maar de officer vroeg er niet op door. Het leek zelfs of het hem niet echt iets kon schelen. Ook hoefde ik mijn bagage niet te laten checken, maar dat was misschien meer een kwestie van geluk. De officer vroeg waar ik naar toe ging en toen ik Berkeley antwoordde, mocht ik gewoon door lopen!

Toen moest ik nog de BART (de lokale trein/metro) nemen naar Oakland, waar mijn kamer is. Na ongeveer een uur kwam ik daar op een bijna verlaten station aan, want het was inmiddels al half 11 ‘s avonds. Maar de dienstdoende conducteur vroeg me meteen waar ik vandaan kwam en waar ik heen moest. Mijn huisbazin zou in haar groene Sabura op me staan wachten, maar ze was er nog niet. Dus bood hij me zijn telefoon aan, zodat ik kon haar bellen. Maar natuurlijk kwam op het moment waarop ik op bellen drukte, mijn huisgenoot aanreden. Desondanks hielp de conducteur me nog met mijn bagage. Het maakte dat ik me meteen zo welkom voelde! De verhalen dat Amerikanen het toonbeeld van vriendelijkheid zijn kloppen dus wel. Of in ieder geval, tot nu toe dan.

Verder was ik te voren bang dat ik alleen maar vette hamburgers zou kunnen eten, maar het tegenovergestelde is waar: het restaurant aanbod is super divers omdat hier zoveel nationaliteiten wonen. Ook is het hier een walhalla voor vegetariërs en daar had ik stiekem op gehoopt, want dat probeer ik zoveel mogelijk te zijn. In Nederland is dat af en toe lastig omdat de keuze voor vegetariërs in restaurants vaak beperkt is, maar dat is hier verre van het geval. Ze hebben zelfs pure vegan restaurants. En dan de supermarkt: ik denk dat ik nog nooit ergens zo vaak het woord ‘organisch’ heb gezien. En de groente- en fruit afdeling is enorm, die beslaat zo ongeveer ⅓ van de winkel. Tot zover dus ook dit vooroordeel..